3. Legmethodiek 2 bij een vraag over ziekte

Stap voortgang:

 

Legmethodiek 2 bij vraag over gezondheid

Deze keer gaan we de methodiek toepassen op een kat. Dus een huisdier.
Daarvoor gebruik je als PERSOONSKAART de HOND en voor gezondheid de BOOM.
Onder aan de uitleg volgt de casus.

  1. Voor deze methodiek zijn 7 kaarten nodig.
  2. Je vraagt een foto van het huisdier en laat het baasje zelf de kaarten schudden.
  3. Je neemt 2 kaarten uit de stapel: de vrouw of heer of huisdier als PERSOONSKAART en de BOOM.
  4. Leg de PERSOONSKAART HOND links en de BOOM rechts
  5. Indien je met een foto werkt. Leg deze dan onder de persoonskaart en wrijf een paar keer met de persoonskaart over de foto terwijl je je concentreert op de vraag, zodat de energie van de persoon in de kaart dringt. Met of zonder foto stel je je een vraag waar je nu antwoord op wilt ontvangen. Bijvoorbeeld: ‘Geef mij informatie over de gezondheid van ..’
  6. Je pakt de stapel kaarten met je rechter hand en beide handenen schudt dan de stapel kaarten met je linker hand. Terwijl je je blijft concentreren op de vraag. Coupeer en leg de rechter stapel op links terug en waaier de kaarten uit naar links.
  7. Je neemt de eerste kaart met je linker hand en legt deze links van de PERSOONSKAART. De tweede kaart leg je rechts van de BOOM. De derde kaart boven de PERSOONSKAART en de BOOM. De vierde kaart onder de PERSOONSKAART en de BOOM en de vijfde kaart leg je zodanig dat ze zowel op de PERSOONSKAART, als de BOOM te liggen.

Kijk bij module 3 stap 3 naar de combinaties van gezondheid om te zien wat de linker en rechter kaart samen willen zeggen over de gezondheid.

 

Gezondheidsvraag

Methodiek 2

 

KAART
5

 

 

KAART
7

 

KAART
3

(kaart 1 en 2)
PERSOONSKAART en BOOM
 
KAART
4

KAART
6
 
 

 

 

Casus:

Bert maakt zich zorgen om zijn kat Boris. Boris is 15 jaar en altijd heel aanhankelijk geweest, maar de laatste tijd agressief. Bert wilt weten wat daar de reden van is.

Kaartlegging:

Kaart 1 = hond
Kaart 2 = boom
Kaart 3 = beer
Kaart 4 = slang
Kaart 5 = kist
Kaart 6 = weg
Kaart 7 = wolken

Pak de genoemde kaarten uit de stapel. Leg de kaarten neer op de wijze als in bovenstaande tabel aangegeven. Kijk er eens goed na en gebruik module 3 stap 3 om de betekenis beter te snappen van de kaarten. Wat is volgens jou de uitslag?

Oplossing:

Deze is terug te lezen in module 7 stap 2.