Uitleg over de runen

 

Uitleg over de runen

Voor een goed begrip van de runen is enige achtergrondkennis van de Noordse mythologie handig. Hierdoor kan je waar de runen vandaan komen en voor staan beter plaatsen en de betekenissen makkelijker te onthouden. Je kunt dit deel doorlezen of helemaal overslaan.

Er is niet over alle goden evenveel informatie beschikbaar omdat we maar een beperkt aantal bronnen hebben om uit te putten. Onze Germaanse voorouders waren niet van die schrijverstypen. Ze hadden een schrift, het runenschrift, maar dit werd niet gebruikt om uitvoerig verslag te doen van hun religie en goden, zoals dat bij de Grieken en Romeinen wel het geval was. De Germaanse godenverhalen stammen dan ook uit de tijd dat de oude religie al was verdrongen door het christendom en de beperkte bronnen die we hebben zijn grotendeels opgeschreven door christelijke monniken. Die monniken waren niet erg geïnteresseerd in het nauwkeurig opschrijven van de godenverhalen. Zij waren meer geïnteresseerd in het winnen van zieltjes voor hun eigen geloof. Daardoor zijn hun verslagen niet altijd betrouwbaar. Er zijn twee belangrijke bronnen voor de mythologie van de Oud-Germanen:

  • de Gesta Danorum van de Deense geschiedkundige Saxo Grammaticus (ca. 1215) en
  • de proza-Edda van de IJslander Snorri Sturluson (ca. 1220).

Proza Edda
Saxo Grammaticus (pseudoniem waaronder deze man zijn ‘wereldlijk werk’ schreef) was een geestelijke en hij schreef zijn geschiedenis van Denemarken in het Latijn. Hij vertelt vooral over koningen en helden. Van de goden moest hij niet veel weten omdat het niet strookte met zijn christelijke geloof. Wanneer hij wel over de goden schreef, was dat altijd met een zekere verachting.

Snorri had geen probleem met de oude goden en zijn Edda is ‘de levendigste, grootste en aantrekkelijkste collectie Noordse mythen en legenden.